crooswijk3

Crooswijk

Toen deelgemeente Kralingen met aandachtswijk Crooswijk aan de slag ging, liep zij tegen diverse ruimtelijke problemen aan. Jonge ontwerpers hebben in opdracht van het atelier Rijksbouwmeester onderzoek gedaan naar drie daarvan en daarmee input gegeven voor tijdelijke programmering van de sloopgaten, het aanpakken van de parkeerproblematiek en de rommelige zone langs de rivier de Rotte.

Crooswijk
Crooswijk stond vroeger bekend als een echte Rotterdamse volksbuurt, met zijn veemarkt, slachthuis en een brouwerij. Later maakte die bedrijvigheid plaats voor woningbouw en kreeg de stadswijk te kampen met problemen op zowel fysiek als sociaaleconomisch vlak. In de jaren tachtig van de twintigste eeuw werd een begin gemaakt met stadsvernieuwing in Oud Crooswijk en ook nu staat de wijk weer aan de vooravond van een grootscheepse herstructurering, die door de beoogde sloop van meer dan tachtig procent van de woningen echter op groot verzet stuitte onder de huidige bewoners. Het atelier Rijksbouwmeester nam in 2009 in samenwerking met de gemeente en woningcorporatie PWA drie opgaven in Oud Crooswijk onder de loep. Jonge architecten van Beroepservaring ‘Het Experiment’ scherpten tijdens een masterclassweekend onder leiding van professionals de opdrachten en hun vooronderzoek aan om tot volwaardige voorstellen te komen.

Sloopgaten uit het slop
Tijdens stedelijke vernieuwingen ontstaan er soms tijdelijke gaten in het stedelijke weefsel. De leegstaande gebouwen en bouwhekken langs braakliggend land bieden een mistroostige aanblik en creëren een onveilig gevoel. Tijdelijke fysieke oplossingen kunnen die negatieve beleving tegengaan en daarmee de leefbaarheid van de wijk verhogen. Kunstenares Jeanne van Heeswijk is met haar bureau al langer actief in aandachtswijken en werd gevraagd ook voor Crooswijk een aantal voorstellen te maken. Haar onderzoeksteam heeft de vrijkomende plekken en de wijkstructuur in kaart gebracht en door middel van straatinterviews aangetoond dat de bewoners vooral behoefte hebben aan ‘zacht en groen’, naast de veelal verharde openbare ruimte. De overige wensen lopen uiteen van een zwembad, ruige speelplaatsen tot een mobiele danstent, buitenfitness, een ‘carpark’ en een culturele ontmoetingsplaats. Als vervolg op het onderzoek is een aantal deelnemers in de zomer van 2011 met het initiatief ‘Spotlicht’ gestart. Daar waar in de wijk donkere gaten vallen, verschijnen nu groene lichten die wijzen op nieuwe mogelijkheden voor de ultrakorte termijn.

Terug naar de Rotte
De rivier de Rotte scheidt de wijken Crooswijk en het Oude Noorden. Probleem in Crooswijk is dat de relatie tussen de rivier en wijk onduidelijk is. Zo toont de Rottekade met het voorbijrazende verkeer een opeenvolging van drempels naar het water toe, dat ver weg lijkt en slecht zichtbaar is. Stedenbouwkundigen Christine Dijkstra en Florian Boer (de Urbanisten) onderzochten op welke wijze de rivier bij de wijk betrokken kan worden en hoe de Rottekade een aantrekkelijke verblijfsplek kan worden. Singel- en grachtvarianten kwamen bij de masterclass als kanshebbers uit de bus. De ‘Rottesingel’ kenmerkt zich onder meer door gescheiden rijbanen met parkeren in de middenberm, een glooiend grastalud naar het water toe, een laag aan het water gesitueerd fietspad en minimaal een dubbele bomenrij aan de kade. De ‘Rottegracht’ toont een gemengd straatprofiel voor auto’s, tram en fietsers, nieuwe grachtenhuizen op de kade, bijzondere plekken dicht bij het water en een extra oversteek voor voetgangers. De gemeente, die in samenwerking met corporatie PWS al van plan was om de woonmogelijkheden en openbare ruimte langs de kade verbeteren, zag deze laatste variant als meest interessante optie.

Een nieuwe blik op blik

Na de invoering van het betaald parkeren is het parkeerprobleem in Crooswijk opgelost. Maar net zoals in andere Nederlandse stadswijken vergt het parkeren veel ruimte en verslechtert daardoor het gebruik van de openbare ruimte. DAF architecten kreeg de opdracht om voorstellen te ontwikkelen om het ‘blik’ in de openbare ruimte terug te dringen en daarmee de leefbaarheid van de wijk en kansen voor andere functies te vergroten. Oud Crooswijk laat een meanderende structuur van straten, pleinen, en collectieve binnenhoven zien: een stedelijk woonerf. Het ontwerpteam stelt voor die kenmerkende gelaagde structuur te behouden, maar de verblijfskwaliteit met groen en inrichting te versterken door minder te parkeren op straat en het parkeren te concentreren. Bijvoorbeeld in parkeerhavens, of (half verdiept) in de binnenterreinen, die verder multifunctioneel en groen ingericht kunnen worden. Het advies om de jaren zeventig structuur van de wijk te omarmen en te verbeteren was een grote eyeopener voor wethouder De Boer.

Deel via
Deel via facebookDeel via twitter