interview_arjen_2

De overheid als facilitator

Arjen van Susteren (Partner bij RnR group) werkte samen met DaF-architecten, Concept 0031, Gentleman architecture, en SLS Studio aan de veiligheid in de wijk Bloemhof in Rotterdam Zuid. Daar kan hij levendig over vertellen. Net als over zijn visie op complexe ontwerpopgaven en veranderingen in het huidige ontwerpdomein. Hij ziet een verschil ontstaan tussen ‘ontwerpjongens’ en ‘systeemwerkers’ waarbij hij zelf vooral gelooft in die laatsten. ‘Omdat ik denk dat de opgaven in probleemwijken veel te maken hebben met aanpalende vraagstukken als veiligheid, werkgelegenheid, gezondheidszorg, en dat je deze niet oplost met een klassiek stedenbouwkundig ontwerp.’

Eindbeeldontwerpen versus systeemdenken
‘Er wordt in mijn ogen nog teveel gedacht in eindbeelden, terwijl we in ieder geval één ding zeker weten, en dat is dat we níet weten wat er over 30 jaar gaat gebeuren. Ik zie dat de stad is opgebouwd uit meerdere lagen en systemen en dat al die systemen aan elkaar gehaakt kunnen worden waardoor een stad als een machine kan gaan werken. Door anders te kijken naar vraagstukken en zaken te koppelen kan zo veel meer bereikt worden dan nu het geval is.

Ik vraag me voortdurend af hoe we de ruimte aantrekkelijker kunnen maken om daar vervolgens de gebouwde omgeving een draai mee te kunnen geven. Zo weten we bijvoorbeeld dat vastgoed dat aan water ligt 20% meer oplevert. Als je dat koppelt aan de waterbergingsopgave, dan kan én de veiligheid vergroot worden, én de vastgoedwaarde van binnenstedelijk gebied verhoogd worden. Zo krijg je een hele andere ontwerpopgave.’

Waarde creëren
Die brede oriëntatie zat er al vroeg in. Van Susteren volgde zijn opleiding Bouwkunde aan de TU Delft en richtte zijn blik al vrij snel op het regionaal ontwerp en studeerde af op een strategie voor de Randstad als metropool. Daar kwam het lijvige boek Metropolitan World Atlas uit voort, volgens Van Susteren een poging om getallen en systemen in de vingers te krijgen. Vervolgens richtte hij zich gaandeweg meer op onderzoek en advies, innovatief denken, en op conceptontwikkeling voor bestaande opgaven in stedelijk gebied.

‘Ik probeer processen die op slot zitten los te krijgen met behulp van systeemkoppelingen. Een voorbeeld: het planten van een boom kost de gemeente een bepaalde som geld en hij moet onderhouden en gesnoeid worden. Een kostenpost. Tegelijkertijd is die boom het equivalent van tien airconditioners waarmee koeling geregeld wordt. Dus die boom kan een heleboel energie besparen. Maar die energiebesparing komt niet terug bij de gemeente. Je ziet hier een scheiding tussen twee aparte systemen van investeren en profiteren. Hetzelfde geldt als je een boom in een plantsoen plant: dan worden de omliggende huizen 5% meer waard en gaan kinderen liever buiten spelen en neemt de obesitas af. Deze simpele voorbeelden geven aan dat je met ruimtelijke interventies in de openbare ruimte in aanpalende sectoren effect kan sorteren. Dat je meer waarde kan creëren, en bovendien een betere gezondheid plus een hogere vastgoedwaardering kan bewerkstelligen. De gemeente zou juist moeten investeren in die bomen en partijen als Eneco en Achmea betrekken en sámen met hen een plan maken. In dit soort koppelingen en samenwerkingsverbanden ga ik steeds meer geloven.’

Slim koppelen
Van Susteren lijkt te opereren vanuit een soort hypercube-denkraam waarin allerlei stedelijke zaken op slimme wijze aan elkaar gekoppeld kunnen worden. Als een 3D-object dat verandert als je er vanuit een andere invalshoek naar kijkt. Daarbinnen ziet hij voor zichzelf en andere ontwerpers een nieuwe rol weggelegd: namelijk in het ruimtelijk ondersteunen of faciliteren van vraagstukken van mensen of bedrijven in de stad.

‘Ik werk sinds kort met TNO aan een project waarbij verschillende onderzoeksbureaus betrokken zijn. We houden ons bezig met human factors in de openbare ruimte, en met de manier waarop mensen op zintuiglijke waarneming reageren en hoe je de openbare ruimte kan inrichten zodat bepaald gedrag gestimuleerd of ontmoedigd wordt, zonder allerlei borden of hekken te gebruiken. Er bestaat bijvoorbeeld een behoorlijke discrepantie tussen de plekken waar mensen zich veilig of onveilig voelen en waar ze dat werkelijk zijn. Vaak vinden mensen een donker tunneltje onveilig terwijl het aantal incidenten daar laag is en plekken waar heel veel mensen zijn, zoals uitgaansgelegenheden en evenemententerreinen, juist veel risicovoller zijn. Dit bewijst dat er knopjes zijn waar je aan kan gaan draaien om mensen het gevoel te geven dat ze veilig zijn. Omdat ik een ontwerpachtergrond heb kan ik dat soort vraagstukken ruimtelijk fysiek ondersteunen.’

interview_arjen_1

Ruimtelijke ergonomie
In opdracht van het Atelier Rijksbouwmeester heeft Van Susteren in de aandachtswijk Babberspolder in Vlaardingen gekeken naar de oversteekbaarheid van de centraal gelegen Van Hogendorplaan. ‘Het ging hier om ‘ruimtelijke ergonomie’. Het is een brede weg die op dit moment een barrièrewerking heeft en de wijk in tweeën splitst. In eerste instantie werd gezegd dat de laan problematisch druk was, dat het verkeer gematigd moest worden en dat er drempels moesten komen. Wat blijkt is dat het er niet te druk is, maar dat er simpelweg teveel ruimte is. Op sommige plekken is de laan namelijk bijna 50 meter breed. Ten tweede blijkt dat er geen redenen zijn om de laan überhaupt over te steken. Er is een eenzijdige winkelplint en dus geen spanningsveld. Bovendien is er sprake van een versnipperde straatprofilering wat een mentale barrière vormt bij het oversteken. Als alle onderdelen van één materiaal zouden zijn, zou de laan al veel rustiger ogen en zou je als het ware een vloerbedekking krijgen die de gevels verbindt. Zo zijn er kleine trucjes waarmee je het gebruik en de waardering van de openbare kan beïnvloeden. Wat mij interesseert is hoe we de wereld die we dagelijks gebruiken nou eigenlijk ingericht hebben en waarom. Gezien de bestaande wildgroei aan borden met verboden en bewegwijzering denk ik dat ontwerpers gemeentes beter kunnen helpen bij het ruimtelijk organiseren van de stad.’

Smart City Management
‘Ik ben er van overtuigd dat een oplossing niet altijd ruimtelijk hoeft te zijn. Zo ben ik ben in de aandachtswijk Bloemhof in Rotterdam Zuid, op verzoek van de Rijksbouwmeester met het vraagstuk van onveiligheid aan de slag gegaan. Ik heb een team om me heen verzameld met grote bedrijven zoals TNO en IBM die met hele grote beveiligingsopgaven bezig zijn. Ons plan voor Bloemhof focust enerzijds op de sociaal maatschappelijke kant, met nadrukkelijke aandacht voor de kinderen in de wijk, en anderzijds op de harde technische kant, op het smart city management. Met behulp van ICT kan namelijk een aantal ruimtelijke zaken gemanaged worden, bijvoorbeeld het parkeerprobleem. De parkeerdruk is hier namelijk – mede door de aanwezigheid van een groot winkelplein op Zuidplein, zo groot dat het onhoudbaar is. Politiek blijkt het onhaalbaar om vergunningen in te voeren. In dit geval zou je kunnen overwegen om in plaats van met hele restrictieve middelen, zoals boetes, de techniek in te schakelen voor het invoeren van een verblijfheffing op basis van kentekenadministratie. Hoort je kenteken niet in de wijk, dan krijg je automatisch een acceptgiro thuis gestuurd. Het mooie is dat de gemeente niet hoeft te bekeuren, bewoners niet hoeven te betalen, en dat het in plaats van een beheerlast een verdienconcept wordt voor de gemeente. Er ligt in mijn ogen een nieuwe toekomst in dit soort slimme technologische toepassingen voor stedelijk beheer. Ik weet dat ik me met zo’n idee op glad ijs begeef, maar ik probeer het probleem op te lossen met andere middelen. Het probleem is ruimtelijk; dat betekent echter niet dat je het ook ruimtelijk op moet lossen. Bovendien denk ik dat sommige opgaven met andere disciplines benaderd kunnen worden.’

Overheid als facilitator
Wat in zijn ogen beter zou kunnen? Van Susteren zou graag zien dat bestaande onderzoeken en de overvloed aan aanwezige data beter benut zou worden. Maar ook dat de kennis in de wijk en aanwezige instanties veel eerder in het planproces betrokken zouden worden.

‘Ik vind dat als je een plan opstelt je de eindgebruikers en de beheerders in de voorfase moet betrekken. Je moet bewoners, ondernemers, de corporaties, al in de voorfase laten meeontwerpen, waarbij de gemeente een faciliterende rol aanneemt: die creëert de vrijplaats en bewaakt en borgt de haalbaarheid ten aanzien van een ambitie. Daarna kan je het gaan invullen aan de hand van een ontwerp. Ik weet zeker dat dit draagvlak vergroot en de beheerlasten verlaagt. En zet er een expert tussen of een ontwerpteam van Atelier Rijksbouwmeester. Want architecten en stedenbouwers kunnen in dit soort processen zeker een belangrijke schakel vormen omdat ze goed kunnen luisteren naar wat bewoners willen en dat vertalen naar gemeentes. Hierin kunnen ze – wederom – ondersteunend optreden.’

Deel via
Deel via facebookDeel via twitter