interview_dennis_1

Perspectief bieden en doorpakken

In Emmen werkten drie bureaus samen aan een gezamenlijke visie op de toekomst van drie veenkoloniale dorpen binnen de gemeente. Ze presenteerden hun visie in de vorm van een boek dat door de gemeente als gespreksdocument gebruikt zal worden. Dennis van Heteren was namens de gemeente als beleidsadviseur betrokken en is er blij mee: ‘Hiermee kunnen we in de dorpen het gesprek met de bewoners aangaan.’ Een boek als een discussiestuk.

Krimpende dorpen
In 2010 kreeg Dennis van Heteren via het Ministerie van Binnenlandse Zaken te horen van het bestaan van het project Oog voor de Buurt en dat de focus verbreed zou worden van 40+wijken naar de anticipeer- en krimpgebieden. Omdat krimp voor Emmen een actueel onderwerp is, nam Van Heteren contact op en zette hij vervolgens op papier op welk vlak de gemeente advies zou kunnen gebruiken. Van Heteren: ‘We hebben in de gemeente Emmen drie dorpen. Nieuw-Weerdinge, Emmer-Compascuum en Barger-Compascuum. Deze dorpen zijn ontstaan door de veenontginning in het veenkoloniale gebied tegen de Duitse grens. We zien dat ze met diverse problemen te kampen hebben zoals verouderde woningbouw, vergrijzing, toenemende leegstand, en voorzieningen die wegtrekken. Omdat de dorpen op dit moment erg op elkaar lijken, hebben we een opdracht geformuleerd rond de vraag: welke identiteit hadden deze dorpen toen ze eind negentiende eeuw werden gesticht? Wat is er sinds die tijd met die identiteit gebeurd, en waar willen we met die dorpen naartoe. Steeds vanuit de wens om dat samen met de bewoners van die dorpen te doen.’

Drie dorpen, drie identiteiten
Het Atelier Rijksbouwmeester heeft drie bureaus bij het onderzoek betrokken. Resultants heeft zich vooral gericht op het inzichtelijk maken van de identiteit van de dorpen. Van Heteren: ‘In dit veenkoloniale gebied zie je dat de energiewinning zowel het landschap als de identiteit van de dorpen heeft gevormd. Resultants heeft dat inzichtelijk gemaakt.’ MUST en Bureau Ritsema hebben het onderzoek op stedenbouwkundig niveau opgepakt en een vertaalslag gemaakt van de identiteit naar een ruimtelijke visie. Van Heteren: ‘We hebben de bureaus om een gezamenlijk advies gevraagd en kregen dat in de vorm van een koffietafelboek om daarmee de dorpen in te gaan, als een discussiestuk, om het gesprek met bewoners aan te gaan en om van hen te horen hoe zij hun dorp zien. Omdat er weinig geld is de komende decennia moeten we in gesprek gaan en kijken wat we met elkaar met de beperkte middelen en inspanningen kunnen betekenen.’

Visie in een boek
Elk dorp is onder de loep genomen. Uit dat onderzoek zijn voor ieder dorp adviezen en een identiteitsverhaal voortgekomen. Zo is het advies voor Nieuw-Weerdinge ‘vertragen & vergroenen’. Van Heteren: ‘Het dorp is voor een groot deel afhankelijk van de landbouw, en van forensen die er wonen. De kracht van dit dorp is dat er veel groene ruimte is. Het advies is om al het aanwezige groen aan elkaar te koppelen, en te zorgen dat het vooral een groen, prettig woondorp wordt.

Emmer-Compascuum ligt op een snijpunt van kanalen en er vindt al heel veel plaats. Daar adviseert het team onder de titel ‘versnellen & vrijheid’ om gebruik te maken van wat er al gebeurt, om aanwezige krachten te bundelen, en op de juiste plekken te concentreren. Er zou tevens meer gebruik van het kanaal gemaakt moeten worden. Hierlangs is namelijk een wat rommelige zone ontstaan, waarbij bedrijven met hun achterkanten naar het kanaal zitten. Die zou je moeten omdraaien. Een belangrijk advies in die sfeer is: zorg er voor dat je qua regelgeving in je bestemmingsplannen wat meer ruimte creëert zodat initiatieven ook op een uitprobeerbasis kunnen starten.’

interview_dennis_2

Verknopen
Het advies in het derde dorp, Barger-Campascuum, staat in het teken van ‘verknopen & verblijven’, legt van Heteren uit. ‘Het dorp staat bekend om een hele actieve gemeenschap. De bewoners hebben bijvoorbeeld volgens de shared-space gedachte een plein ontwikkeld, waar ieder jaar een feest georganiseerd wordt, en gezamenlijke initiatieven plaats vinden.’ Er zit veel potentie in het dorp. Belangrijk is het Veenpark net buiten het dorp, een toeristische trekpleister waar je in een bootje kan varen en kan zien hoe in het verleden het veen werd gewonnen. In het rapport wordt geadviseerd om het park en het dorp beter met elkaar te verbinden zodat ze elkaar kunnen versterken. ‘Als het boek uitgereikt is aan de wethouder, dan beginnen we in Barger-Compascuuum met een pilot. Hier zijn al wortels geschoten en het kan als een belangrijke voorbeeldfunctie voor de andere dorpen dienen.’

Perspectief bieden
Van Heteren licht de verwachtingen voor de regio toe. ‘Emmen stad heeft op dit moment circa 60.000 inwoners en zal nog iets groeien. Dat heeft te maken met de veranderende samenstelling van gezinnen met in toenemende mate eenpitters. In de dorpen treedt echter vergrijzing op, jonge mensen trekken daar weg, dus is de grote opgave er voor te zorgen dat de dorpen aantrekkelijk blijven zodat de mensen die er nu wonen, er ook blijven. Het is ook belangrijk dat er gezorgd wordt dat panden die vrijkomen of leegvallen op een goede manier heringevuld worden of verdwijnen. Hierbij speelt de bereikbaarheid van de dorpen ook een cruciale rol.’ Als voorbeeldproject noemt Van Heteren de zojuist geopende vaarverbinding tussen Erica en Ter Apel. De route bestaat uit oude vaartrajecten en twee nieuwe vaarten waaronder het Koning Willem-Alexanderkanaal die door een bijzonder stuk natuur voert: dwars door het Oosterbos en over de Hondsrug. Om de hoogte van de Hondsrug te overbruggen zijn in het kanaal een koppelsluis en een spaarsluis gebouwd. Een uniek project met als resultaat een vaarverbinding tussen Nederland en Duitsland waardoor men een rondje Drenthe kan varen over en door de Drentse en Groningse Veenkoloniën. En het heeft effect. Van Heteren: ‘Je ziet nu al dat er allerlei initiatieven ontstaan in de dorpen. Mensen die een theehuis beginnen of een sloepverhuur willen gaan opzetten. Op die manier proberen de Provincie en de gemeenten het gebied aantrekkelijker te maken en ondernemerschap te stimuleren. Dit soort projecten bieden de regio weer perspectief.’

Verder brengen
Van Heteren vertelt dat de Gemeente Emmen naast dit soort grootschalige projecten ook veel ervaring heeft opgedaan met het betrekken van burgers bij transformatieprocessen. Van Heteren: ‘We hebben onder de naam Emmen Revisited een samenwerkingsverband met de corporaties opgezet dat samen met de bewoners programma’s in de wijken realiseert. Het is heel goed denkbaar dat Emmen Revisited aan de hand van de adviezen van Oog voor de Buurt een pilot opstart. Met dit boek van de Rijksbouwmeester kunnen we de reeds bestaande initiatieven op het gebied van burgerparticipatie echt een verdiepingsslag geven. Daarbij is het heel belangrijk dat het adviezenboek door een onafhankelijke partij is gemaakt. Als gemeente komen wij de dorpen dus niet vertellen hoe het moet, maar komen we hen vragen wat zij van het boek en de adviezen vinden. Daar kom je uiteindelijk veel verder mee.’

Faciliteren en regisseren
‘Ik denk dat als er een goed verhaal achter je strategie zit en je ook echt iets realiseert, dat het ontzettend veel energie kan losmaken. Dat toont de nieuwe vaarverbinding aan. Maar je kan het er niet bij laten, je moet proactief in het gebied zitten en kijken wat er speelt en hoe zaken ontvangen worden. Voorheen had de overheid nog de houding ‘wij weten wat goed voor u is’, maar je ziet nu zoveel initiatieven en ideeën ontstaan vanuit de samenleving: die moet je gaan ophalen en bekijken hoe je daar met elkaar invulling aan kan geven. We moeten als overheid echt gaan faciliteren en regisseren, zorgen dat de zaken worden doorgepakt. Ik wil er voor waken dat dit advies geen boekje blijft dat in een la verdwijnt.’

Deel via
Deel via facebookDeel via twitter