Simon_Franke

Een bredere definitie van het vak

Enten op wat er was
Terugkijkend op ruim vijftien jaar herstructurering in vooral naoorlogse wijken vertelt Simon Franke: ‘Ik heb vanaf begin af aan altijd liever over transformatie gesproken omdat het woord herstructurering aangeeft dat er iets mis zou zijn met de structuur van de wijken, en dat is niet zo. Dat is een misvatting. Er is te onnadenkend gehandeld en te veel gesloopt. Ook was er te weinig oog voor de bestaande sociale en stedenbouwkundige structuur van de wijken. Zeker de architectuur van die wijken is helemaal niet zo slecht en monotoon als wordt gedacht. Als je in Amsterdam Nieuw West kijkt dan staan daar heel interessante dingen. De bijdrage van sloop en nieuwbouw is twijfelachtig. De gedachtegang is om een andere groep bewoners te trekken, waar ik helemaal niet op tegen ben, maar die trek je niet alleen met gebouwen. Die trek je ook met de sociaaleconomische ontwikkeling en voorzieningenstructuur van zo’n wijk. Juist daar had men moeten voortbouwen op wat er al is aan diversiteit van voorzieningen. Helaas is er teveel gekozen voor nieuw programma en dat is  natuurlijk niet gelukt. Er zijn in dit soort wijken wel een aantal enclaves of randjes die inderdaad kapitaalkrachtiger mensen huisvesten, wat ook zeker wel een impuls geeft aan een voorzieningenniveau, maar ik vind dat daarbij teveel sprake is van volstrekt misplaatste gebouwen. Gebouwen die zich eigenlijk niet goed enten op de structuren die aanwezig zijn en die niet op een goede manier een interactie aangaan met de stad die er al was en de mensen die er al waren.’

Franke vervolgt: ‘Nu we als gevolg van de crisis stoppen met slopen, zie je dat we gaan kijken wat we nog kunnen met de bestaande woningvoorraad en of je daar een kwaliteitsslag kan maken die de boel niet op slot zet. Ik merk weliswaar dat projectontwikkelaars en corporaties wel meegaan in die redenering en woorden gebruiken als ‘natuurlijke wijkvernieuwing’, en ‘ontwikkelend beheren’, maar ik vermoed dat als er ooit weer betere tijden aanbreken, ze toch weer in hun oude patronen schieten en ze het liefst zouden slopen en nieuw bouwen. Ik ben geen principieel tegenstander van sloop maar het gaat mij erom of je een versterking van de bestaande stad aanbrengt, of dat je die bestaande stad negeert. Het maken van de stad heeft niet zo zeer te maken met maken (lees: nieuwbouw), maar met het programma zo maken dat die wijk daar beter van wordt. Dat is veel interessanter. Het gaat om het juiste programma op de juiste plek krijgen op zo’n manier dat het bijdraagt aan die wijk.’

Onderdeel van het proces
Men moet accepteren dat er allerlei dingen belangrijker zijn dan auteurschap, aldus Franke. Want auteurschap is in zijn ogen niet belangrijker dan het resultaat van de opgave. Franke: ‘Als ontwerper, stedenbouwkundige of architect zul je in dit soort wijken moeten accepteren dat je onderdeel bent van een proces, en dat jouw kwaliteiten als ontwerper niet per definitie gericht zijn op het realiseren van een eindproduct wat jij al in je hoofd hebt, want dat is een doodlopende weg. Die route komt niet meer terug.’

Behalve ontwerpers, stelt Franke, moeten ook ontwikkelaars en corporaties hun kwaliteiten inzetten in een proces waarvan niet precies duidelijk is waar de eindstreep ligt. Franke meent dat hierin echter een belangrijke rol voor de stedenbouwkundige is weggelegd. Franke: ‘Een stedenbouwer is in tegenstelling tot wat sommigen beweren, niet slechts ontwerper maar kan ook op het niveau van het proces een belangrijke bijdrage leveren. Als ontwerper is hij de enige die de belangen van alle verschillende partijen ruimtelijk kan vertalen in programma’s en dat kan verbeelden om vervolgens mogelijke alternatieven te tonen. Juist daar ligt de toekomstige opgave. Ontwerpers zullen moeten leren om in dit soort processen te opereren. De stedenbouwer is een strateeg en procesmanager met ontwerpende kwaliteiten. Hij kan een discussie lostrekken door visualisaties te maken, te laten zien wat consequenties van keuzes zijn.’

In feite is dit precies wat met de ontwerppilots van het atelier is gebeurd. Franke beaamt dit en voegt toe: ‘Met dit soort multidisciplinaire teams kan je discussies lospeuteren, dingen op gang brengen, zonder dat het direct leidt tot de uitvoering van een van te voren een bepaald plan.’

Simon_Franke2

Veranderkunde in de gereedschapskist
Franke vervolgt: ‘De stedenbouwkundige ontwerpt op drie niveaus en moet behalve de opdracht die hij uitvoert, ook het systeem en de maatschappelijke context waarbinnen hij opereert begrijpen. Ontwerpen is schakelen tussen dit soort niveaus. Op de opleidingen wordt hij hierin niet geschoold. De opleidingen leiden op tot ontwerpers, niet tot mensen die aan een proces bijdragen. Naar mijn gevoel heeft de stedenbouw zich gefixeerd op het eindproduct en zich daarmee in de maatschappelijke context gemarginaliseerd. De kennis die op dit moment uit de organisatiewetenschappen komt, uit de veranderkunde, gaat over vaardigheden en competenties die eigenlijk ook in de gereedschapskist van de stedenbouwer en architect zouden moeten zitten. Ze zijn zeer bruikbaar in dit soort wijken en bij transformatieopgaven maar worden nog te weinig ingezet.’

Daar waar de energie zit
‘Stedenbouw is een publieke taak. Het gaat over een publieke verantwoordelijkheid. Dat betekent dat je moet snappen wat voor processen zich afspelen, dat je heel goed moet kijken wat er al is, wat de behoefte is, en van daaruit gaan denken. Dat versterken. Maar ook je afvragen: wie is actief, wie gebruiken de wijk en kan je ze daarin tegemoet komen? Je moet niet achter je bureau ideeën ontwikkelen maar op straat gaan kijken. Geert Teisman (Hoogleraar Bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam) zegt het eigenlijk heel mooi: Ga op zoek naar waar energie zit! Ga luisteren en kijken naar wat er al is, pik dat op en versterk dat. Als je alleen met je eigen plan aankomt en als daar de energie niet bij ontstaat en als er  geen behoefte is, gaat het nooit lukken.’

Herdefiniëring stedenbouw
De stedenbouw moet een bredere definitie van het vak accepteren en daarbinnen bredere competenties ontwikkelen, en die liggen dus niet alleen op het ontwerpend vlak, meent Franke. Het zal, zo verwacht hij, in de toekomst meer moeten gaan over het ontwikkelen van verbindend vermogen, multidisciplinaire samenwerking en inzicht in veranderingsprocessen vanuit verschillende invalshoeken, en een bewuster omgaan met de samenhang van het maatschappelijk programma met de publieke ruimte. Want stedenbouw gaat niet alleen over het ruimtelijke domein maar ook over maatschappelijke transformaties, over zorg, onderwijs en cultuur. Franke: ‘De stedenbouwer moet in zichzelf ook meer multidisciplinair worden, een beetje socioloog, procesbegeleider, inspirator en expert, en in alle complexiteit oog houden voor kleine resultaten.’

(nov. 2011)

Simon Franke is redacteur, uitgever en organisator van publicaties en studiebijeenkomsten. Hij is initiatiefnemer van Trancity dat met verschillende media reflecties biedt op stedelijke ontwikkeling en vernieuwing. Met het project ‘Stedenbouw als veranderkracht’ organiseert hij samen met AIR Rotterdam, Enno Zuidema Stedebouw en De Beuk Organisatieadvies een aantal activiteiten ter verkenning van de toekomst van de stedenbouw.

Deel via
Deel via facebookDeel via twitter