interview_fons_2

Fons Merken, adviseur Wonen Limburg

Fons Merken is adviseur bij Wonen Limburg en binnen deze corporatie maakt hij zich hard voor de huisvesting van  arbeidsmigranten. Opvallend aan zijn benadering is het koppelen van verschillende vraagstukken. Zo pleit hij in Venray voor het verbinden van het vraagstuk van urgent woningzoekenden met de leegstand op het St. Annaterrein.

Permanente voorzieningen
Merken legt uit hoe de corporatie Wonen Limburg bij het St. Annaterrein betrokken is geraakt: ‘Wij zijn via een ambtenaar van het Ministerie van Binnenlandse Zaken (nu Ministerie voor Wonen en Rijksdienst) in contact gekomen met het Atelier Rijksbouwmeester omdat wij een bepaalde kijk hebben op demografische ontwikkeling, arbeidsmigranten en woonurgenten. Een eerste afspraak met mensen van het Atelier Rijksbouwmeester vond toevallig plaats in Venray, wat op redelijk spontane wijze leidde tot het idee om de besproken problematiek te koppelen aan een specifieke locatie in Venray: het St. Annaterrein.’

Merken is eigenlijk continu bezig om het thema arbeidsmigratie op de landelijke politieke agenda te zetten. Verder koppelt Wonen Limburg het thema aan demografische ontwikkelingen en het vraagstuk rond de urgent woningzoekenden. De corporatie probeert te laten zien dat de verschillende vraagstukken mogelijk met elkaar te maken kunnen hebben, en aan elkaar gekoppeld kunnen worden. Merken: ‘Toen ik bij Wonen Limburg kwam werken ben ik me bezig gaan houden met demografische ontwikkelingen. Analytisch houden we alle gegevens bij, we weten precies wat er gebeurt en wat er gaande is. Daaruit volgt mijn stellige overtuiging dat als we met z’n allen roepen dat arbeidsmigratie een tijdelijk fenomeen is, we met z’n allen helaas alleen naar tijdelijke voorzieningen blijven kijken. Terwijl dit een permanent vraagstuk is. Wanneer je dát inziet, wordt je benadering heel anders. Dan kan je kijken naar de huisvestingskansen die misschien niet permanent zijn, maar wel voor een duidelijke groep bestemd zijn. Dat idee wordt inmiddels overgenomen, en je ziet dat er meer gekeken wordt naar permanente voorzieningen voor deze groep.’ Merken vertelt dat er een grote groep Polen in de omgeving van Venray werkt en verblijft. Het zijn vooral jonge, goed opgeleide mensen waarvan vijftig procent in Nederland wil blijven. Merken: ‘Ze willen zich graag vestigen en dat biedt voor krimpregio’s kansen. Ze willen bijvoorbeeld ook in de kerkdorpen rond Venray wonen. Dat zijn kleine dorpen waar de komst van een nieuwe stroom inwoners kan betekenen dat kerken, scholen en winkels die anders wellicht gesloten zouden zijn, toch geopend kunnen blijven.’

Doorstroomconcept
Merken legt uit hoe belangrijk het is dat de arbeidsmigranten als onderdeel van de groep woonurgenten gezien wordt, maar dat het huidige beleid vooralsnog gericht is op shortstay. ‘Dat houdt in dat mensen maar 6 maanden in hun huisvesting mogen blijven, en dat ze zich daarna moeten inschrijven in het GBA. Hiermee breng je ze in de problemen, omdat een groot deel van de huisvesting illegaal is en dat ze zich daardoor niet mogen inschrijven in gemeenten of bij huisvesters en werkgevers. Zo blijven ze in de shortstay faciliteiten, en dus in een vicieuze cirkel hangen en kunnen ze nooit een doorstart maken. Bij Wonen Limburg kunnen ze zich inmiddels wel gewoon inschrijven.’

Merken: ‘Als corporatie proberen wij te kijken naar oplossingen voor deze groep en kijken daarvoor naar de transformatie maar ook naar het toevoegen van gebouwen. De krimp in dit gebied in noord- en midden-Limburg zal pas na 2020 plaatsvinden, dus zullen we ook in de tussentijd wat moeten doen. Wij kijken naar huisvestingsconcepten voor de woonurgente groepen, en verbijzonderen daarbij de groep arbeidsmigranten juist liever niet. Bovendien vinden we het belangrijk de negatieve lading van het thema arbeidsmigratie af te halen. Een voorbeeldproject in dit kader is een goedfunctionerend shortstay-centrum in Dordrecht met 225 studio’s. Dit project toont in onze ogen aan dat als je de huisvesting goed regelt er geen overlast zal ontstaan. In dit centrum wonen namelijk allerlei groepen naast elkaar, niet alleen arbeidsmigranten maar bijvoorbeeld ook expats. Vaak zijn we bevooroordeeld en denken we dat bepaalde groepen niet bij elkaar kunnen wonen; dat moeten we echt aan de kant schuiven en serieus kijken naar tijdelijke woonconcepten waar mensen langzaam vanuit kunnen doorstromen naar de reguliere huisvesting. Voorwaarde is dat zij zich in de tussentijd kunnen inschrijven en niet in een dure, illegale woning maar in degelijke woonomgeving verblijven.’

interview_fons_1

St. Annaterrein
We moeten vooruitkijken volgens Merken, en sinds hij zijn oog liet vallen op het St. Annaterrein in Venray, denkt hij dat dit een hele mooie plek is om hier iets voor urgent woningzoekenden te betekenen. ‘Je zou hier hele mooie tijdelijke en permanente concepten kunnen neerzetten en het gebied in zijn nieuwe vorm teug kunnen geven aan de plaatselijke bevolking. St. Anna was oorspronkelijk een psychiatrische instelling op een heel groot, groen terrein. Maar sinds de verplaatsing van de zorginstelling is het terrein helaas langzaam aan het verloederen. Het gebied heeft echter nog steeds een speciale plek in de herinnering van de bevolking van Venray. Er gebeurde vroeger van alles, er was een schouwburg, een kermis, een kinderboerderij en er werden markten gehouden. Bovendien is het een mooi wandelgebied, de natuur is er prachtig. Mensen ergeren zich eraan dat de leegstaande gebouwen staan te verloederen. En er lagen wel plannen om er een woongebied van te maken en bungalows toe te voegen, maar sinds de crisis is hier de klad in gekomen.’

Merken heeft met mensen van het Atelier Rijksbouwmeester over het terrein gelopen en heeft de optie om mensen hier tijdelijk te huisvesten met de gemeente overlegd. In het kader van het project Oog voor de Buurt is vervolgens door Atelier Rijksbouwmeester aan drie bureaus, Architectenbureau ZUS (Zones Urbaines Sensibles), Studio PROTOTYPE en Bureau Rekenruimte, de opdracht gegund om een gebiedsvisie te maken met als doel het park weer onderdeel te laten worden van het publieke leven van Venray. Merken: ‘Het team kwam met leuke ideeën en het positieve effect is dat iedereen nu inziet dat je veel meer zou kunnen doen met diverse huisvestingsmogelijkheden, met tijdelijke woonunits en divers gebruik van allerlei gebouwen. Maar het is nog de vraag of er iets mee gaat gebeuren. Als men namelijk niet erkent wat de kansen zijn, en men neemt de verantwoordelijkheid niet om die kansen goed toe te lichten aan de burgers, dan komen we geen stap verder. Ik vind dat ook bij weerstand de gemeente de politieke verantwoordelijkheid moet nemen om burgers toe te spreken en met een duidelijke toekomstvisie moet durven zeggen: dit is ons plan en wij gaan nu deze kant op.’

Drijfveer
Merken: ‘Mijn drijfveer was niet zozeer om met Wonen Limburg betrokken te raken, maar vooral om te laten zien dat we in Nederland veel meer van dit soort terreinen en gebouwen hebben waar we niets mee doen. We waren in dit geval geen partij, maar hebben een vuurtje aangestookt met het idee: kijk er nou eens naar. En zorg er voor dat er mensen tijdelijk in kunnen wonen en kunnen doorstromen. Geef ze de mogelijkheid en de kans om te integreren. Nu zitten ze ergens opgesloten en lopen alle lijnen via de werkgever of huisvester.’ In het geval van St. Annaterrein denkt Merken dat het goed zou zijn als de Rijksbouwmeester ook bij de wijkraden aanklopt en aan de burgers laat zien wat het ontwerponderzoek heeft opgeleverd. Merken: ‘Het is belangrijk om ze te betrekken bij de planvorming maar het helpt ook om het gesprek op gang te brengen. Het ontwerponderzoek is namelijk ook een cadeau aan de burgers van Venray. Zorg dat zij het te zien krijgen. Het is doodzonde als het resultaat in een boekje blijft plakken.’

Deel via
Deel via facebookDeel via twitter