Suboffice

Herkennen van potentie

Like Bijlsma en Eireen Schreurs vormen samen SUBoffice architecten, een bureau dat zich onderscheidt door een kritische en analytische houding en het aangaan van multidisciplinaire samenwerkingsverbanden. Dat weerspiegelt zich in gevarieerde projecten. Zo heeft het bureau naast een aantal kleinere bouwprojecten deelgenomen aan kunstmanifestaties, tentoonstellingen en onderzoeken en heeft het in opdracht van Atelier Rijksbouwmeester gewerkt aan een visie voor de wijk Zomerzone in Haarlem.

Zomerzone
De opgave voor atelier Rijksbouwmeester in de wijk Zomerzone in Haarlem Oost  bestond uit twee delen. Enerzijds ging het heel specifiek om het oplossen van de barrièrewerking van de Prins Bernhardlaan, en anderzijds om een meer algemene visie op de wijk Zomerzone. Eireen: ‘We werkten samen met twee andere bureaus, het landschapsbureau 5F10 en Citythoughts. Ieder bureau ging vrij automatisch op een specifiek schaalniveau zitten. Zo onderzocht Citythoughts het hogere, regionale schaalniveau en bekeek 5F10 vooral de middenschaal. Wij hielden ons met het kleine schaalniveau bezig.’
De visie voor de wijk Haarlem Oost is in april 2011 gepresenteerd aan de stadsbouwmeester en de wethouders van Haarlem. Eireen: ‘Opvallend is dat onze visie afwijkt van de plannen van de gemeente. In plaats van verder verstedelijken van de wijk met grootschalige appartementen langs de uitvalswegen aan de oostzijde van Haarlem, stelt ons team voor om juist de groene kwaliteiten aan te grijpen voor het gefaseerd opwaarderen van de wijk. In onze ogen kan met behulp van kleine ingrepen op het kruispunt van routes en groenstructuren gewerkt worden aan de leefbaarheid. Ook stellen we voor de wijk te zien als toegangspoort tot het groene hart in plaats van als buffer. Door vaar- en fietsroutes door te trekken en recreatief programma aan de oevers van de Liede te leggen, kan de stad Haarlem aan de Oostzijde een nieuw stadsgezicht krijgen, met een geheel eigen waterfront.’

Bestaande kwaliteit
Eireen beschrijft hoe het bureau eerst vooral naar de bestaande kwaliteiten van de wijk heeft gekeken: ‘We waren niet zo op zoek naar grote gebaren maar wilden eerst kijken naar dingen die je direct kan doen, die meteen effect sorteren, en die ook betekenis hebben voor de bewoners. Die houding was vooral een reactie op de bestaande plannen, waarbij een enorm woningbouwprogramma de aanleg van de Mariatunnel ten zuiden van de wijk mogelijk moest maken. Alle ontwikkelingen waren op de komst van deze tunnel geënt terwijl realisatie onzeker was.’ Like vervolgt: ‘Wij hebben ons afgevraagd wat Haarlem Oost eraan heeft als je de Prins Bernhardlaan transformeert tot een stedelijke stadsstraat. Het gaat in onze ogen om een kleinschalig groen gebied met een vrij rommelig karakter. Het niet-stedelijke heeft hier juist waarde. Van daaruit zijn we gaan werken. We hebben ons vooral laten inspireren door de botencultuur die hier heerst, en hebben dat bijvoorbeeld verwerkt in voorstellen voor een kanohotel aan de Liede.’

Samenwerking & neveneffecten
Het is voor SUBoffice niet nieuw om met meerdere disciplines te werken. Eireen: ‘Het is interessant op zo’n manier aan een dergelijke opgave te werken die heel complex is. Je hebt elk je eigen inbreng vanuit verschillende kennisvelden. Wat zo leuk en leerzaam is aan de samenwerking met andere bureaus, is dat je in een open discussie veel kennis kan ordenen en verbinden. Dat maakt je argumentatie scherper. Ontwerpers zijn niet zo gewend op een brede manier na te denken over de opgave.  Wij hadden in ons team best wat meningsverschillen, bijvoorbeeld of je wel of niet moet bouwen in de groene buffer van Haarlem Oost. Omdat het in feite al een toegeëigende rommelzone is, vonden wij dat dat best moest kunnen, mits je het goed landschappelijk inkadert met stevige bomenrijen of windsingels. Het is even puzzelen maar die wrijving brengt je wel verder.’
Like: ‘Een ander belangrijk neveneffect van deze manier van werken is dat duidelijk wordt voor gemeentes waar de problemen nou eigenlijk liggen. Vaak is de vraag bij aanvang helemaal niet duidelijk. Het probleem zit vaak op een ander vlak dan dat zij aanvankelijk formuleren. Je pakt al ontwerpend zaken waar zij niet in hebben voorzien. Eigenlijk biedt je de gemeente met zo’n visie een second opinion op hun eigen beleid.’

Ontwerpend sociale problemen aanpakken
Like: ‘Er wordt in aandachtswijken vooral gestuurd op sociale programma’s. Dat is prima, maar deze worden vaak te klakkeloos vertaald naar generieke ingrepen, zoals je bijvoorbeeld ziet bij brede scholen. Er wordt eigenlijk weinig gekeken naar de specifieke kwaliteiten van de lokatie, zowel in sociale als fysieke zin. Dat vinden wij juist een taak voor de ruimtelijke discipline, om deze naar boven te halen. Daarvoor moet je goed kunnen kijken en luisteren. Je kunt sociaal-maatschappelijke problemen niet oplossen met ruimtelijke ingrepen, maar je kunt wel potenties herkennen en kansen pakken.’
Eireen: ‘Het is onze professie om te kijken naar de mogelijkheden van een plek. Een socioloog kijkt naar sociale structuren; wij kijken naar wat zo’n wijk specifiek maakt en hoe je met kleine dingen een groot verschil kan maken. Bijvoorbeeld door een park herbergzaam te maken, of een stoep goed laten functioneren, of een plein voor meer dan alleen hangjongeren geschikt maken, daar gaat het om. Hierbij moet je je eigen discipline natuurlijk niet vergeten. Uiteindelijk ben je gewoon architect. Je kunt met behulp van andere invalshoeken meer richting geven aan je eigen werk, maar we moeten niet het werk van de socioloog gaan overnemen. Deze tijd vraagt om een gevoeliger houding van de architect en een scherp oog voor aanwezige potenties in de bestaande context.’

(nov. 2011)

 

Deel via
Deel via facebookDeel via twitter