Corry-Noom

Het wij-gevoel bevorderen

Corry Noom was als wethouder in de gemeente Zaanstad onder meer verantwoordelijk voor de portefeuilles welzijn, jeugd, gezondheidszorg en grotestedebeleid.

Successen vieren
Corry Noom heeft nog maar kort geleden de ballonnen in Poelenburg opgelaten. Want op 16 oktober jl. werden in de wijk twee vernieuwde speeltuinen geopend. Ze maken deel uit van de zogenaamde ‘Kindroute’, een idee van het ontwerpteam dat namens het Atelier Rijksbouwmeester een ontwerponderzoek uitvoerde in Poelenburg. Corry Noom typeert de wijk niet direct als een hele slechte wijk. Poelenburg bevindt zich echter wel altijd onderaan het lijstje. Noom: ‘Dat betekent dat je hier te maken hebt met de laagste inkomens, de meeste inwoners met een lage opleiding, de meeste mensen met een uitkering, de geringste doorstroming naar HAVO/VWO. Ook komen we hier een hoog huisartsenbezoek tegen. Dus de problematiek bevindt zich op verschillende niveaus en is bovendien geconcentreerd in. En bijzonder is dat de problematiek zich in deze wijk concentreert in een strook langs de straat Poelenburg, vooral in een aantal flats die daar staan. Juist daar is ook een vrij grote doorstroom te zien. Dat kan komen doordat mensen niet tevreden zijn, of doordat ze een sociale stijging doormaken waardoor ze verhuizen naar een net iets grotere woning in een andere wijk. De behaalde successen worden dus niet in de wijk gevierd, en dat is jammer. Het is tevens zo dat bewoners te kort in de wijk wonen om zich er verantwoordelijk voor te voelen, of voor het opbouwen van relaties. Er zullen meer mogelijkheden moeten komen om bewoners te laten stijgen.’

Noom vervolgt: ‘Verder is kenmerkend dat een deel van de mensen, die hier vijftig jaar geleden als eerste bewoners kwamen wonen, nooit meer weg willen. Ze vinden het een fantastische wijk, een groene wijk met alle voorzieningen binnen handbereik. Alleen zouden ze meer balans willen zien in de culturele achtergrond van de bewoners. De balans is doorgeslagen.’

Het wij-gevoel
Net als veel andere gemeentes wil Zaanstad graag meer variatie aanbrengen, zowel in  bewonersgroepen als in de woningen die er staan. Noom: ‘We proberen dat te bereiken door een sociaal programma neer te zetten zodat mensen een sociale stijging kunnen maken, maar we weten dat het zeker niet zonder een fysiek programma kan. Dat betekent dat we er naar streven een aantal flats te vervangen door grondgebonden eengezinswoningen zodat er meer mogelijkheden zijn de wooncarrière ook in de eigen omgeving te maken. Zo ontstaat er ook meer balans tussen hele goedkope woningen en de iets duurdere woningen. Als mensen er langer wonen worden ze ook netter, trotser op hun buurt en gaan ze meer relaties aan. Dat ‘wij-gevoel’ zou ik heel graag willen bevorderen omdat het niet alleen de mensen maar ook de fysieke omgeving ten goede komt. In het hart van de wijk willen we een multifunctioneel centrum (MFC) neerzetten met een school, een buurthuis en een kinderopvang. Dat gebouw wordt een samenbindende plek en draagt bij aan dat ‘wij’-gevoel.

Duwtje in de rug
Noom legt uit hoe het proces verliep. De gemeente Zaanstad klopte aan bij het Atelier Rijksbouwmeester ‘omdat ze wel een duwtje konden gebruiken’. De gemeente was al een heel eind op weg wat betreft de samenwerking met de betrokken corporaties, het opstellen van verbeterprogramma’s en afspraken met het Rijk. Noom: ‘Een van de punten waarvoor we verbetering zochten, betrof de aanpak van speelplekken. We hebben contact gezocht met de Rijksbouwmeester om te kijken hoe we de omgeving voor kinderen uitdagender zouden kunnen maken. We hebben eerst gekeken naar verbeterpunten voor de route die de kinderen het meeste afleggen, tussen het winkelcentrum en de toekomstige plek van het MFC. De speelplekken liggen aan deze route. In samenwerking met de leden van het ontwerpteam, Jeanne van Heeswijk, Stipo en Tanja Karreman, zijn vervolgens bijeenkomsten georganiseerd waar de kinderen bewust aan hebben mogen bijdragen. Ze keken naar de veiligheid in de wijk en wezen ons op ongure plekken en onveilige oversteekplaatsen. Samen met Jeanne van Heeswijk werkten ze aan hun eigen zichtbaarheid op straat en ontwierpen ze bijvoorbeeld een lichtgevende Poelenburg-sjaal’. De adviezen van het ontwerpteam zijn gebundeld in de publicatie PLB to go.

Zelfvertrouwen aanwakkeren
De gang van zaken in Poelenburg laat zien dat niet alle adviezen ontwerpend van aard zijn of gericht op een fysieke uitwerking. Noom: ‘Je zou kunnen zeggen dat wij eerder een proces hebben doorgemaakt. Wij wilden de kinderen zelfbewuster maken, ze op een leuke manier betrekken. Ze mochten een reisbureau oprichten en de volwassenen rondleiden om te laten zien hoe zij naar de wijk kijken. Er zijn kinderbuurtconciërges gekomen om de vervuiling van de buurt tegen te gaan. Hiermee konden de kinderen ook een diploma halen. De winst is dat zelfbewustzijn en zelfvertrouwen wat het teweeg brengt; de ontwikkeling van de kinderen. Via hen zijn de ouders betrokken en zo bouw je aan dat zelfvertrouwen van de wijk. Hier doe je het voor.’

‘Dit traject dwingt je ook als overheid om vervolgstappen te zetten want je kunt die kinderen niet meenemen in zo’n proces als er vervolgens niets mee gebeurt. Dus we hebben er bewust voor gekozen om die betrokkenheid vast te houden en te kijken naar wat we nu alvast kunnen doen, want de sloop/nieuwbouw laat nog wel even op zich wachten. Vandaar dat we de speelplekken alvast een nieuwe inrichting hebben gegeven.’

Winst voor rijk en gemeente
Noom onderschrijft de waarde van het multidisciplinaire karakter van de teams. Noom: ‘Juist daardoor kunnen ze je wijzen op mogelijkheden die je niet kent. Als ik alleen met stedebouwkundigen zou werken dan zouden ze gaan tekenen, reacties verwerken en bouwen. Dan zouden we kansen gemist hebben in de ontwikkeling van die kinderen. Het kost meer tijd maar ik ben alleen maar blij dat we het zo hebben gedaan omdat ik de winst groter vind dan de winst van het tempo.’

Ze vervolgt: ‘Het Rijk heeft de rol van aanjager en de gemeente leert daar ontzettend veel van. Ik denk wel dat je zo’n project om de vijf jaar zou moeten aanzwengelen want wij zitten als gemeente weer heel snel in ons oude denkpatroon. Dat extra zetje met geld en inspiratie is heel welkom. Het voordeel van deze aanpak is dat je met nieuwe mensen te maken hebt die niet belast zijn met het verleden. Ik geloof zeer in het aanjagende en verfrissende karakter van de teams. En het is de rol van de gemeente en onze ambtenaren om hiervoor open te staan. Het resultaat is dat wij als overheid zowel in proces als in uitvoering veel integraler zijn gaan denken. We hebben geleerd op een andere manier naar processen te kijken. Bovendien blijkt zo’n traject heel veel neveneffecten te hebben die niet in de doelstelling waren opgenomen. Denk aan het zelfbewustzijn van de jongeren, en het wij-gevoel in de wijk. Over een paar jaar staat Poelenburg niet meer onderaan die lijst, daar ben ik van overtuigd.’

(nov. 2011)

Deel via
Deel via facebookDeel via twitter