nylan_XL

Nijlân — Leeuwarden

In opdracht van Atelier Rijksbouwmeester en in samenwerking met corporatie WoonFriesland en de Gemeente Leeuwarden, hebben Dijk & Co, .FABRIC en O+A een studie gedaan naar de naoorlogse wijk Nijlân. Doel van het onderzoek was om naast vervanging van de bestaande  gebouwen ook andere scenario’s te onderzoeken, met name gericht op behoud, hergebruik en transformatie van het stedenbouwkundig ensemble. Het resultaat is een duurzame toekomstvisie gebaseerd op aanwezige energiestromen en sociaal kapitaal in de wijk. Elke kans is aangegrepen om te werken aan sociale, economische en ecologische verbetering van de wijk, ofwel ‘duurzame verstedelijking’.

De wijk Nijlân ligt er op het eerste oog prima bij. De bijna 400 identieke woningen liggen  gegroepeerd in 18 gebouwen rondom een centrale plas in een zeer groene omgeving. Ze zijn ooit bedacht voor gezinnen maar worden inmiddels door hun kleine oppervlak en lage huurprijs, vooral door alleenstaanden en ouderen bewoond. Het gevolg is dat er weinig binding is tussen de bewoners en de wijk en dat de sociale samenhang afneemt. Met het oog op de toekomst is onderzocht hoe de wijk toekomstbestendig gemaakt zou kunnen worden door bijvoorbeeld een grotere variatie in bevolkingsgroepen en bezoekers aan trekken.

Dijk&co heeft naar de groenstructuur gekeken en O+A naar de woningvoorraad en de mogelijke woningtypologieën. Het bureau .FABRIC heeft zich vooral op het centrale idee van de visie toegelegd. De focus daarbij lag op het creëren van een basisstructuur die zowel ruimtelijk, economisch als sociaal maatschappelijk vitaal is en kan meebewegen met veranderingen. Eerst is een analyse gemaakt van wat er in de wijk aanwezig is aan gebouwenstructuur, aan openbare ruimte, aan energie, stof- en reststromen, groen en water. Vervolgens is de vraag gesteld wat alles vertegenwoordigt en hoe dat vertaald zou kunnen worden in budgetten of in waarden.

In ruimtelijk opzicht stelt het team voor de dominante autostructuur in de wijk te verlaten zodat voetgangers en fietsers het publieke domein weer kunnen overnemen. Een stelsel van voet- en verbindingspaden kan de groene ruimte tot ontmoetingsplek maken en zorgen voor verknoping met naburige functies. In dit stelsel kan een veldenpatroon ontstaan waarbinnen grote delen van de groene ruimte verpacht kunnen worden aan hobbyverenigingen en door actieve burgers gebruikt kunnen worden voor georganiseerde stadslandbouw. Door in te spelen op het zelforganiserende en coproducerende vermogen van bewoners wordt de sociale cohesie bevorderd. De bespaarde euro’s voor het groenonderhoud kunnen vervolgens in het verbeteren van de sociale structuren in de wijk gestoken worden.

Slagenlandschap

Om de eenzijdige woningvoorraad te doorbreken doet het team een voorstel om de noodzakelijke ingrepen op isolatiegebied te koppelen aan een strategische ingreep aan de constructie van de gebouwen. Door vloerplaten deels weg te halen kunnen verschillende, grotere huizentypen ontstaan die aantrekkelijker zijn voor jonge gezinnen. Ook zouden bewoners hun woning moeten kunnen aanpassen met geprefabriceerde elementen. Het toevoegen van liften en collectieve galerijen aan de gebouwen zorgt voor meer ontmoetingsplekken en onderling contact tussen buren en maakt de woningen aantrekkelijk voor jong en oud.

Op het gebied van energiestromen stelt het team onder andere voor om het afvalwater uit de wijk te zuiveren en opnieuw te gebruiken zodat enerzijds bespaard kan worden op rioolheffing, en anderzijds grondstoffen voor landbouw ontstaan. De opvang van regenwater in een centrale ecologische zwemvijver kan bovendien praktijkkennis opleveren voor de lokale Wetsus Academy en kan interessant zijn voor het aantrekken van nieuwe investeringen. Het team heeft in alles ‘cyclisch’ gedacht en stelt bijvoorbeeld voor dat de schapen in de lokale kinderboerderij de lunchresten van scholieren opeten en dat ze wol leveren voor de productie van schaatsmutsen. De overcapaciteit van internetverbindingen en het aanwezige sociaal kapitaal kunnen ten goede komen aan werkgelegenheid in de wijk

Bijzonder aan het plan is dat het geen eindbeeld voorstelt, maar een aanpasbare reeks van ingrepen. De volgorde van deze ingrepen wordt bepaald door het moment waarop gereserveerde gelden voor renovatie en besparingen in beheerkosten vrijkomen voor nieuwe investeringen. Het is volgens het team voorstelbaar dat deze gelden worden verzameld in een wijkfonds dat wordt beheerd door bewoners, corporaties, gemeente en andere belanghebbenden.

De gemeente Leeuwarden, corporatie WoonFriesland en de bureaus bespreken vervolg stappen. Het onderzoek heeft geresulteerd in deze film:

Rijk Nijlân from FABRICations on Vimeo.

Deel via
Deel via facebookDeel via twitter