interview_ergun_cihan_1

Nobele hoop

Ergün Erkoçu (architect CONCEPT0031) en Cihan Buğdacı (Gentlemen A.R.T.) zoeken actief het maatschappelijke debat op en nemen daarbij de ‘pluriculturele’ samenleving als uitgangspunt. Het liefst werken ze in moeilijke wijken omdat ze de potentie van de wijken en de bewoners zien en weten dat er voor hen als maatschappelijke tolk een rol is weggelegd. Een gesprek over een andere manier van de ‘stad lezen’.

Working Apart Together
In een sprankelend wit kantoor in het Haagse creatieve bedrijfsverzamelgebouw Bink 36, vertellen Erkoçu en Buğdacı over hun werkwijze. Erkoçu: ‘Wij werken los van elkaar maar ook vaak in teamverband. Cihan namens Gentleman A.R.T. en ik met CONCEPT0031. Cihan richt zich vooral op de sociaal maatschappelijkeprojectontwikkeling en ik zit meer aan de kant van de conceptontwikkeling en de theorie. Het zijn twee aparte bedrijven op twee aparte locaties: Working Apart Together’.

Vanaf het begin van de samenwerking ligt hun interesse in de aandachtswijken en de moeilijkere buurten, vertelt Erkoçu. ‘We kijken hoe we op plekken die door veel mensen als problematisch worden gezien het initiatief kunnen nemen om tot iets goeds te komen. Dat doen we vaak ook letterlijk op eigen initiatief en geven ongevraagd advies. In de afgelopen jaren zijn we bijvoorbeeld zelf naar woningcorporaties gestapt omdat we problemen signaleren. We zien dat er heel veel topdown wordt bedacht en dat er tegelijkertijd bottum-up initiatieven zijn. Deze werelden komen niet goed samen. Wij werken juist in dat tussengebied om die twee werelden te verenigen.’

Kenners van de wijk
Het is een trend, beaamt Erkoçu, om in deze wijken bezig te zijn. Architecten zitten zonder werk en zoeken naar nieuwe opgaven, maar zelf zijn ze er al tien jaar actief. Vragend naar drijfveren zegt Erkoçu: ‘Ik kom zelf uit zo’n soort wijk, dat draagt natuurlijk bij aan mijn drive. Daarnaast is er vanuit onze bureaus een inhoudelijke interesse in dit soort wijken.’ Buğdacı benadrukt dat hun betrokkenheid losstaat van etniciteit: ‘Dat we gevraagd worden voor dit soort problematiek komt inderdaad door onze achtergrond, maar er is wel degelijk ook een vakmatige belangstelling. We doen bijvoorbeeld ook veel onderzoek, naar onder andere informele economieën, in het buitenland; in Marseille, Havana, Tbilisi, waar we vaak ook in de moeilijkere wijken werken, en problemen zien die we interessant vinden en onderzoeken. Deze ervaringen proberen we in Nederland in te brengen.’

Buğdacı vertelt hoe ze al jaren geleden door verschillende partijen werden gevraagd om mee te denken in aandachtswijken. ‘Wij vroegen dan aan onze opdrachtgevers: Komen jullie eigenlijk wel eens in dit soort wijken, om er te kijken en te praten met zelfgedefinieerde ‘probleem-jongeren’? Weet je wat er speelt achter de voordeur? We ondervonden dat bestuurders beslissingen nemen voor situaties die ze niet kennen. Dus besloten wij dat we eerst duidelijk moesten maken wat de situatie is. Dit nog even los van het feit of we dachten daar een oplossing voor te hebben of niet. Gaandeweg hebben we ons gespecialiseerd in aandachtswijken.’

Bruggenbouwers
‘De wijken waar we het over hebben’, vertelt Buğdacı, ‘hebben de afgelopen veertig jaar heel veel veranderingen doorgemaakt, onder andere door immigratieprocessen en het wegvallen van verzuilde structuren. Vanuit die ontwikkeling is onze term ‘pluricultureel’ ontstaan, waarmee we meer aandacht vragen voor de pluriformiteit van een mens. Die pluriforme samenleving is namelijk een feit. Het gaat erom dat te onderkennen en de bereidheid te hebben om andere paden te bewandelen. Vroeger was de zuil waartoe je behoorde bepalend voor je acties, terwijl je tegenwoordig het ene moment in een sociëteit kan zitten, en het volgende moment op de hoek van de straat met hangjongeren staat te praten over hun problematiek. Dat maakt ons als onderzoekers ook pluriform, en van daaruit is het mogelijk om bruggen te slaan tussen enerzijds bewoners en anderzijds mensen die het beleid bepalen. We zijn bruggenbouwers.’

interview_ergun_cihan_2

Meerdere brillen, langere termijn
In het kader van het project ‘Oog voor de Buurt’ ontwikkelden Buğdacı en Erkoçu een visie voor de wijk Bloemhof in Rotterdam Zuid. Een wijk met vooral veel problemen op het gebied van veiligheid. Dit deden ze in een multidisciplinair team met DAF architecten, SL studio en RnR Group. Ieder bureau richtte zich op een specifiek vraagstuk, zoals openbaar groen, woningvoorraad of verkeer. Buğdacı: ‘Je kan met verschillende brillen naar Bloemhof kijken. Je kan de bril van vandaag opzetten en een probleem spotten, maar het probleem wat je dan ziet, was eigenlijk al jaren geleden aanwezig. In onze analyse van Bloemhof zie je dat wij oplossingsgericht zijn, niet alleen voor de komende vijf, maar voor de komende twintig jaar. Je kunt namelijk wel oplossingen voor de huidige situatie bedenken, een likje verf en iets meer plastiek in de gevel aanbrengen, maar dat is niet genoeg. Het werkelijk transformeren is een langdurig proces.’

‘Het is mensen eigen om te kijken naar het huidige probleem, en te zoeken naar een huidige oplossing. Het is echter nog veel interessanter om te kijken naar de toekomstige vragen en problemen, en daar een toekomstige oplossing voor te bedenken. Wij zeggen: definieer nou wat het probleem in een x aantal jaar zal zijn en verzin dáár een oplossing voor! Dan heb je een duurzamere oplossing in tijd. Onderstreep juist wat het probleem is. Misschien blijkt Bloemhof dan wel een baken te zijn voor al die inkomende immigranten. Laat het ontstaan, begrijp waar het vandaan komt en maak er een oplossing voor in tijd.’

Bij het revitaliseren van wijken is het vaak de vraag wat nou werkelijk het probleem is, vertelt Erkoçu. ‘Generaliserend zou je kunnen zeggen: er wonen mensen die de taal niet spreken, mensen die stiekeme dingen doen achter hun voordeur, die niet meedraaien in de samenleving, geen belasting betalen, noem maar op. Maar je zou dat alles ook als een maatschappelijk gegeven kunnen beschouwen en proberen in te zien dat er in die wijken al heel veel aanwezig is. Er wordt nog te vaak gedacht vanuit de behoefte dingen te veranderen en het probleem weg te halen, en te vaak gebeurt dat met sloop-nieuwbouw waardoor sociale structuren en ondernemerschap worden weggevaagd.’

Maatschappelijke tolk
Buğdacı: ‘Wij hebben wel eens gezegd dat de architect een maatschappelijke tolk is. Hij vertaalt dat wat in de maatschappij speelt naar wat de maatschappij wil. Steden en wijken zijn eigenlijk net plofkippen. Er is teveel opgelegd, er zijn teveel kaders waarbinnen ze zich moet begeven. Wanneer je het hebt over de maatschappij en de vertaling van de wensen van de mensen dan zou je eigenlijk juist moeten spreken over vrijheid. Juist de vrijheid die een stad zou moeten krijgen, en de bewoners om te scharrelen, om zichzelf te ontwikkelen zorgt er voor dat een stad vitaal wordt. In Nederland mist het informele. De bureaucratische ondergrond, en het vergunningsstelsel waarbinnen juridisch van alles wel of niet mag zorgt er voor dat we leven in een land waar in beginsel niets mag totdat je na heel hard vechten bepaalde zaken eventueel wel voor elkaar kan krijgen. Deze situatie zorgt er ten eerste voor dat mensen terughoudend worden, en ten tweede dat ze zich moeten begeven binnen bestaande structuren waardoor een wijk bijna per definitie maar weinig levendig kan zijn.’

Het lezen van de stad
Buğdacı: ‘Ik denk dat een vitale stad kan ontstaan door ook zaken over te laten aan de bestaande netwerken en inwoners. Je moet faciliteren, en niet teveel willen sturen of opleggen. Wat wij zelf doen? Wij lezen de wijk op een andere manier. Zo kunnen wij bijvoorbeeld aan de stand van schotelantennes zien waar bewoners vandaan komen. Of ze Marokkaans zijn of Turks. Of we zien een tegeltableau in een portiek: als je de tekst niet kan lezen weet je niets, maar wij zien dat daar een moskee zit. Dat levert een hele andere kijk op de wijk op.’

Erkoçu: ‘Het mooie is dat die schotelantennes tevens een tool zijn, want de supermarkten in Bloemhof bijvoorbeeld maken geen reclame met krantjes zoals Albert Heijn dat doet, maar ze kopen zendtijd in bij de Turkse zender die zijn hoofdkantoor in Duistland heeft, om via de schotel reclame te maken voor drie kilo kip voor tien euro. Zo gaat de informatie van een winkelpand in een Rotterdamse straat via de schotel naar Turkije en komt dan via de satelliet binnen bij de buurman die drie panden verderop zijn kip koopt.’

Buğdacı: ‘De kern is dat die ondernemers weten hoe ze moeten communiceren met hun afzetmarkt; zij weten hoe ze hen kunnen bereiken, terwijl de corporatie geen idee heeft. En dáárin schuilt de kracht van het lezen van de stad op een andere manier. In deze miscommunicatie kunnen wij als tolk opereren.’

Buğdacı: ‘We zien dat er nu allerlei dure apps gemaakt worden om spullen of diensten in de buurt te delen, maar die systemen zijn eigenlijk allang aanwezig.’ Erkoçu vertelt hoe er via informele communicatie al talloze zaken worden gedeeld. ‘Er bestaat in veel buurten al een netwerk van mensen die bijvoorbeeld voor elkaar koken of voor elkaar zorgen. Zo zijn er mensen die postpakketjes ontvangen voor buren die online spullen gekocht hebben maar overdag niet thuis zijn. Dit soort sociale netwerken moet je weten te vinden en er naar kunnen handelen, waardoor je ook de negatieve elementen kan bestrijden. Niemand wil dat er in het pand naast hun drugs wordt gedeald.’

Hotspots van de toekomst
Als we het over een toekomstperspectief voor deze aandachtswijken hebben worden beide heren zo mogelijk nog optimistischer. Erkoçu: ‘De meeste van deze wijken zien wij als de culturele hotspots van de stad. Als je naar Den Haag kijkt dan zie je dat Transvaal en Schilderswijk grenzen aan het centrum en dat er van alles te vinden is op het gebied van kleding, eten, internationale contacten: eigenlijk alles wat aanvullend is op het centrum. Ook in andere grote steden zie je vaak dat in dit soort wijken een nieuw centrumhart ontstaat. En dat kan, wanneer je het maar vanuit de wijken laat ontstaan, stimuleert waar het nodig is, aanpakt waar het verkeerd gaat en de wijk toekomstgericht laat mee ontwikkelen.’

Deel via
Deel via facebookDeel via twitter