interview_luuk_tepe

Observeren en transformeren

Van arbeiderswijk tot Modekwartier
De Arnhemse wijk Klarendal is een oude arbeiderswijk in verandering, met het karakter van een soort buurtschap buiten de stad. De negentiende-eeuwse arbeiderswijk ademt de sfeer van een besloten gemeenschap. Na de jaren zestig kreeg te buurt te maken met problemen als werkeloosheid, lage inkomens, en een eenduidig woningaanbod. De wijk raakte in verval en kreeg te kampen met drugsoverlast, er vonden zelfs rellen plaats. In die tijd is besloten om de buurt op te schroeven. Tepe: ‘Ik heb zelf het gevoel dat pas de laatste jaren, met de introductie van Modekwartier-project echt een verandering in gang is gezet. Uit onderzoek van de gemeente bleken er veel kunstenaars en modeontwerpers in deze wijk te wonen. Met onder meer een cursus voor startende ondernemers hebben we geprobeerd om juist hen – aanhakend op de modeopleidingen in Arnhem – een kans te geven om hier een eigen modezaak te openen, en daarmee deze wijk een nieuwe identiteit te geven. Gelijktijdig was er vanuit de wijk een verlangen naar de oude levendigheid van de straat met kleine winkeltjes. Die twee initiatieven zijn aan elkaar gekoppeld en ingezet om de Klarendalseweg, de ruggengraat van de wijk, het karakter van een modestraat te geven. Op dit moment al een verschuiving zichtbaar. Her en der verschijnen wat hippere tentjes en steeds meer mensen van buiten de wijk weten Klarendal te vinden. Ik beschouw dit als een signaal dat Klarendal niet alleen meer een arbeiderswijk is maar ook een plek voor studenten en yuppen. Dat het een gemixte wijk aan het worden is.’

klarendal-kl

Samenwerking
Wat als een paal boven water staat is dat de samenwerking tussen de gemeente en de corporatie Volkshuisvesting goud waard is. Tepe: ‘Je kan samen tien keer meer doen dan ieder afzonderlijk. De gemeente en de corporatie hebben eigenlijk drie dingen gedaan. De gemeente en de corporatie hebben drie dingen gedaan. Eerst zijn de panden opgeknapt. Ten tweede hebben we ondernemers ondersteund met het opzetten van eigen bedrijfjes en gezorgd voor een goede mix. Ten derde hebben we de openbare ruimte opgeknapt. Alles om sociale en economische verbetering te bewerkstelligen. Samen is dit voor mij een hele krachtige formule gebleken want het imago van de wijk is in een redelijk korte tijd enorm verbeterd, terwijl er praktisch niets gesloopt is.‘
Juist op het moment dat deze eerste belangrijke stappen waren gezet en deze hun vruchten begonnen af te werpen, kwam de vraag hoe dit alles te verduurzamen voor de wijk. Met deze vraag heeft de gemeente het Atelier Rijksbouwmeester benaderd en zijn Studio Scale en Stipo aan de slag gegaan. Samen hebben zij het rapport De nieuwe kracht van Klarendal uitgebracht dat in april 2011 aan de wethouder is overhandigd.

Marjolein Peters: ‘Samen met Stipo is van het begin af aan voor een integrale en onderzoekende benadering gekozen. Als ontwerper ben je snel geneigd om een nieuw stedebouwkundig plan te maken maar wij denken dat het in dit soort wijken beter is om goed te kijken naar wat er is, en wat je er mee kan. De corporatie constateert nu samen met ons dat er inderdaad meer variatie in het aanbod moet komen om ook andere doelgroepen aan te trekken. De buurt zou bijvoorbeeld heel geschikt kunnen zijn voor gezinnen. Het is een mooie wijk met veel parken in de buurt. Wij hebben geadviseerd om de buurt kindvriendelijker te maken. Niet door programma toe te voegen of door woningen te slopen en grotere huizen terug te bouwen, maar simpelweg door de openbare ruimte beter in te richten, woningen samen te voegen, dat soort dingen. Het is meer de software dan de hardware.’ Luuk Tepe: ‘Wat we in Klarendal hebben bereikt is juist niet het resultaat van een masterplan, of een planmatige aanpak. Het is het resultaat van een geleidelijk, bijna organisch proces, waarin steeds nieuwe dingen gebeuren en ontstaan.’

Integrale benadering
De integrale benadering van het ontwerpteam werd door de gemeente zeer gewaardeerd. Tepe: ‘Het gaat om een nieuwe manier van stadsontwikkeling die vooral voor dit soort wijken goed lijkt te werken. In Klarendal had je niet willen slopen en nieuw bouwen, zoals dat bijvoorbeeld in de wijk Presikhaaf wel is gebeurd. Bovendien was het voor de gemeente heel fijn dat de gevoelens en ideeën die hierover al bestonden, door een extern team werden onderschreven en bovendien ook nog eens werden gestaafd met harde feiten en gedegen onderzoek. Het is een cadeautje maar je moet als gemeente natuurlijk wel je vraag helder hebben. Ook daarbij heeft het ontwerpteam ons geholpen en de vraag voor ons scherper geformuleerd. Stipo en Studio Scale hebben samen voor een hele analytische benadering gekozen. Ze hebben de wijk in detail, bijna pandsgewijs in kaart gebracht en goed gekeken naar het type bebouwing en bedrijvigheid. Op basis van die feiten hebben ze ons geadviseerd. Het heeft ons te denken gegeven, want dit doen we als gemeente eigenlijk te weinig en teveel in gescheiden afdelingen.’

Modekwartier

Ontnuchterend
Tepe: ‘Het advies bevat in ons geval ook ontnuchterende constateringen. Bijvoorbeeld dat we niet moeten proberen om mensen met behulp van allerlei dure ruimtelijke ingrepen vanuit de binnenstad naar de wijk te leiden. Het advies luidt: geef de wijk zo’n eigen onderscheidend karakter dat ze toch wel komen. We moeten ons ook realiseren dat we in deze wijk niet dezelfde winkeldichtheid en bedrijvigheid als in de binnenstad gaan halen. Het gaat vooral om goed observeren en uitgaan van wat er is, en dat transformeren zonder het fysiek te veranderen. Het is mooi om te zien hoe kleine interventies veel kunnen betekenen voor de buurt. Het effect van het rapport reikt bovendien verder dan Klarendal alleen. Het heeft een andere manier van denken in gang gezet bij veel van onze mensen. Wat dat betreft is dit voor Arnhem een echte eyeopener geweest.’

klarendal-kl3

(nov. 2011)

Deel via
Deel via facebookDeel via twitter