Fabric2

De vitale wijk

Olv Klijn werkt met zijn partner Eric Frijters onder de naam .FABRIC aan architectonische en stedenbouwkundige opgaven in allerlei gradaties. Het gesprek over hun analyse van de naoorlogse wijk Nijlân in Leeuwarden gaat al snel over de potentiële bijdrage van ontwerpers aan het creëren van meer vitale en toekomstbestendige wijken.

Niets mis mee
Nijlân is een op het oog mooie, aangeharkte modernistische wijk, gebouwd volgens het credo licht, lucht en ruimte. Klijn schetst de situatie in de wijk: ‘De bijna 400 identieke portieketageflats waaruit Nijlân bestaat, zijn gegroepeerd in 18 gebouwen, gesitueerd in een grote groene ruimte die de groene long wordt genoemd. Aan de randen bevinden zich een aantal voorzieningen; een schoolgebouwtje, een buurtwinkelcentrum, een voormalige HTS, een groot ROC-cluster en een bejaardencentrum. Opvallend aan deze wijk is dat het om een gebied gaat dat helemaal in bezit is van één woningcorporatie. Het park, en dus ook het onderhoud ervan, vallen onder de gemeente.’

Ontbrekend perspectief
Klijn vervolgt: ‘De wijk ligt er in principe netjes bij, maar het is in economisch opzicht geen topwijk en er schuilen wel degelijk problemen.’ Hij noemt de eenzijdigheid van de bevolkingssamenstelling die op termijn problematisch kan worden. ‘Het ontbreekt aan een vitale bevolkingsopbouw en een situatie waarin beginnende bewoners een perspectief hebben, kunnen opklimmen en de wijk weer kunnen ontgroeien.’ Klijn legt uit dat de woningen in Nijlân ooit zijn bedacht voor gezinnen maar vanwege hun relatief kleine oppervlak en de lage huurprijs tegenwoordig vooral worden bewoond door alleenstaanden en ouderen. Gevolg is een gebrek aan sociale samenhang en binding tussen bewoners en hun woonomgeving. Klijn: ‘De wijk zou heel geschikt kunnen zijn voor bejaarden, maar de woningen zijn dat niet omdat het allemaal portieketageflats zonder lift zijn. ‘Dit alles draagt bij aan een nogal sinister toekomstscenario van gescheiden bewonersgroepen, met enerzijds bejaarden en anderzijds laagopgeleide jongeren die vroegtijdig het huis hebben verlaten en in Nijlân een goedkope huurwoning hebben gevonden. Ze leveren nauwelijks tot geen bijdrage aan de leefomgeving. Het groen vormt nu vooral een kostenpost en wordt alleen benut als kijkgroen, terwijl er talloze mogelijkheden voor ander gebruik zijn. Zo blijken er een hoop sluimerproblemen te zijn. Het grootste probleem is echter de dreigende eenzijdigheid.’

Vitale wijk
In opdracht van Atelier Rijksbouwmeester en in samenwerking met corporatie WoonFriesland en de Gemeente Leeuwarden, hebben Dijk&co, .FABRIC en O+A een studie gedaan naar het toekomstbestendig maken van Nijlân. Dijk&co heeft naar de groenstructuur gekeken en O+A naar de woningvoorraad en de mogelijke woningtypologieën. .FABRIC heeft zich vooral op het centrale idee van de visie toegelegd. Klijn: ‘We hebben gezamenlijk als doel gesteld om een vitale wijk te maken, een gebied dat in een bepaald opzicht zijn eigen broek kan ophouden. Juist omdat we niet precies weten hoe alles zich gaat ontwikkelen, denken we dat je een structuur zou moeten maken die ruimtelijk, economisch en sociaal maatschappelijk vitaal is en zou kunnen reageren op veranderingen. We hebben eerst een analyse gemaakt van wat er in de wijk aanwezig is, aan gebouwenstructuur, aan openbare ruimte, aan water. Vervolgens hebben we de vraag gesteld: wat vertegenwoordigt dat nou, en zou je dat kunnen vertalen in budgetten, of in waarden. Neem bijvoorbeeld de hoeveelheid water die in de wijk aanwezig is, en de hoeveelheid regenwater die valt: dat spoelen we nu allemaal weg. Je zou kunnen kijken welke grondstoffen aanwezig zijn en wat je ermee kan doen. Want op dit moment worden veel stofstromen de wijk uit gesluisd waarvoor men zelfs moet betalen, bijvoorbeeld in de vorm van rioolwaterzuiveringsheffing. De voorspelling is bovendien dat de kosten hiervoor omhoog zullen gaan, net als de milieuheffingen. Op een goed moment worden die kosten bij elkaar hoger dan de huur zelf.’

Aanwezig kapitaal
.FABRIC heeft ook naar het sociaal kapitaal in de wijk en in het omringende gebied gekeken. Klijn: ‘Wat vertegenwoordigt bijvoorbeeld het ROC aan de rand van de wijk? Zouden hun studenten, die allemaal stage moeten lopen, een bepaald aantal uren sociaal maatschappelijk verantwoord werk in de wijk kunnen doen, en hoeveel manuren levert dat op?’ Ook hebben ze over een mogelijk programma nagedacht. ‘Kunnen we bijvoorbeeld een kinderboerderij maken, en zou je die kunnen bemannen met mensen uit de wijk, zou je er voedsel kunnen produceren? Het is misschien een naïef streven om zelfvoorzienend te zijn, maar anderzijds denk ik dat het een goede metafoor kan zijn voor het feit dat je een vitale wijk probeert te maken. Een wijk die meer samenhang heeft en een gezamenlijk product oplevert.’
.FABRIC raakte bij de opgave getriggerd door het denken in stromen. Klijn: ‘Door enerzijds analyses uit te voeren van de bestaande situatie en te kijken waar kansen liggen of juist problemen zijn, willen we tot een strategie komen om de bestaande stad een betere prestatie te laten leveren. Zo zou ook het aanwezige water beter benut kunnen worden. Het toeval wil dat Leeuwarden een van de kenniscentra op het gebied van waterzuivering wil worden, en dat ze met de Wetsus Academy een Europese opleiding in huis heeft op het gebied van watertechnologie en duurzaam watergebruik. Wetsus zou de centrale plas in de wijk als laboratorium kunnen gebruiken en onderzoeken of het oppervlaktewater op een biologische manier gezuiverd kan worden zodat wijkbewoners er uiteindelijk kunnen zwemmen.’ Klijn geeft toe, het is een mix van superidealistische bijna ‘too good to be true’ eindbeelden, en een zoektocht naar mogelijkheden waneer je denkt in aanwezige stof- en reststromen, in wat je zelf zou kunnen produceren, en hoe je daarmee de samenhang in de wijk kan versterken. ‘Uiteindelijk kan je met dit soort ingrepen de wijk weerbaar en vitaal maken.’

Fabric3

Woningen samenvoegen
Het team heeft ook innovatieve ideeën voor de woningen. Klijn: ‘De structuur van de huidige woningen is erg eenvoudig en aan vernieuwing toe. Bovendien is de energieprestatie niet meer van deze tijd, dus moeten ze beter geïsoleerd worden. In onze visie zou je dit moment kunnen aanpakken om een ingreep te doen. Het onderzoek van O+A laat zien dat je, dankzij de eenvoudige bouwconstructie, met kleine overspanningen en minimale ingrepen heel verschillende huizentypen kunt maken. Door per woning een deel van een vloerplaat eruit te halen kunnen de ruimtes verticaal geschakeld worden en zo eengezinswoningen gemaakt. Dat betekent natuurlijk een enorme omslag voor de corporatie maar het kan op de lange termijn je wijk redden.’

Adaptief vermogen
Klijn: ‘Je moet extreem zijn in je voorspellingen als ontwerper om aan te geven hoe het zou kunnen worden en waar het naartoe moet. In het geval van de woningen zou het ook zomaar kunnen dat de corporatie beslist om een aantal standaard bouwvergunningen voor te bereiden en bewoners toegestaan wordt om met geprefabriceerde elementen hun eigen woning aan te passen. Dat vraagt om een andere houding en betekent natuurlijk heel veel voor het beheer. Maar het is wel een oplossingsrichting die op termijn een adaptief vermogen heeft en zelfs een zelforganiserend vermogen genereert, iets dat er nu niet is. Als je bewoners niet betrekt, creëer je bovendien problemen die je nu nog niet kan becijferen. Gecombineerd met het gegeven dat er in de toekomst minder overheidsmiddelen zijn om die op te lossen, is het ook gewoon een verantwoordelijkheid van een corporatie om daar over na te denken en problemen voor te zijn.’

Preventieve wijkvernieuwing
Het ontwerpteam heeft aangetoond dat er behalve in de gebouwde structuur, ook veel capaciteit zit in de groene, centrale ruimte. ‘Hier zijn andere vormen van vruchtgebruik mogelijk, bijvoorbeeld wanneer je er een slagenlandschap van maakt met smalle stroken grond die mensen als moestuin of bloementuin kunnen inrichten. Zo zou je het gebied weer aantrekkelijk kunnen maken voor wijkbewoners, én mensen van buiten de wijk die het interessant vinden om er een stuk grond te gebruiken en er voor willen betalen door onderhoud te plegen of door het te pachten. Het is interessant om te kijken hoe je de grote schaal van het gebied intact kunt laten en tegelijkertijd het beheer niet langer bij de overheid neerlegt.’

Ontwerpen als proces
Het lastige, maar ook interessante aan de opgave in Nijlân is dat de problemen nog niet zichtbaar zijn. Klijn: ‘Je kunt hier natuurlijk net zo goed aan de slag met alledaagse dingen. Je zou de opgave ook best louter architectonisch kunnen aanpakken en alleen de flats verbeteren. Wij hebben ervoor gekozen de opgave integraal te benaderen, en hebben geen eindbeeld maar een collectie aan ideeën gepresenteerd. Onze voorstellen variëren van een reeks eenvoudige architectonische ingrepen tot en met veel ingrijpendere voorstellen voor het programma, beheer en output van de wijk. We hebben het ontwerp daarbij als proces opgevat omdat het ook gaat om het betrekken van de juiste partijen waardoor je de kans op effect vergroot.’

De gemeente Leeuwarden, corporatie WoonFriesland en de bureaus bespreken vervolg stappen. Het onderzoek heeft geresulteerd in deze film:

Rijk Nijlân from FABRICations on Vimeo.

Deel via
Deel via facebookDeel via twitter